Lokale warmtetransitie: het narratief

Sinds 1 januari 2023 is er 1 loket voor gemeenten om ze te ondersteunen bij de warmtetransitie: het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW). In het eerste jaar heeft NPLW inzicht gekregen in de behoeftes van gemeenten om de lokale warmtetransitie te kunnen uitvoeren. Een van de behoeftes, is hét gezamenlijke verhaal. Het verhaal over wat we verstaan onder de lokale warmtetransitie, waarom deze van belang is en wat ervoor nodig is om gebouwen aardgasvrij te maken.

Het narratief is het resultaat van de inspanningen van NPLW, VRO, EZK, VNG, IPO en Netbeheer Nederland, UvW en Aedes. Dit verhaal biedt handelingsperspectief, geeft richting en benadrukt wat essentieel is voor de lokale warmtetransitie.

 

Waarom de warmtetransitie?

We zitten midden in een warmtetransitie die niet alleen invloed heeft op de manier waarop we onze gebouwen verwarmen en van warm water voorzien, maar op onze hele leefomgeving.

Dat we zo’n grote verandering doormaken, heeft te maken met het snel veranderende klimaat en de wens om de aarde leefbaar te houden voor toekomstige generaties. De kosten als gevolg van niets doen, worden steeds hoger. Daarnaast zijn de gasprijzen nog steeds hoog en is de ontwikkeling van de gasprijs onzeker. Steeds meer huishoudens kunnen hun energierekening niet of nauwelijks betalen. Bovendien willen we niet meer afhankelijk zijn van gas uit Rusland en in Groningen zetten we een punt achter de gaswinning. Dit alles samen maakt dat we onze gebouwen anders gaan verwarmen. We willen dat huizen goed verwarmd blijven, dat mensen weten waar ze aan toe zijn en dat warmte betaalbaar is. De warmtetransitie raakt voor een groot deel van de inwoners immers direct aan hun budget of zelfs hun bestaanszekerheid. 

Wat is het doel?

In 2050 is elk gebouw aardgasvrij. In het Klimaatakkoord (2019) hebben we afgesproken dat in 2030 onder regie van de gemeenten 1,5 miljoen woningen en andere gebouwen zijn verduurzaamd of aardgasvrij zijn gemaakt.

Hiermee dragen gemeenten bij aan de landelijke doelstelling om tot en met 2030 2,5 miljoen woningen en 120.000 utiliteitsgebouwen te isoleren, 500.000 warmtenetaansluitingen te realiseren en 1 miljoen hybride warmtepompen in bestaande gebouwen te plaatsen.

Energievraag verminderen en bronnen verduurzamen

Energie die je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken, te importeren of te transporteren. Daarom willen we vooral dat we minder energie gaan gebruiken, door te isoleren en door slimmer met onze energie om te gaan.

Voor de overgebleven energievraag hebben we duurzame warmtebronnen nodig om onze gebouwen te verwarmen en te koelen. In deze transitie zijn alle duurzame bronnen nodig om warmte te leveren. Denk aan duurzaam opgewekte elektriciteit zoals wind en zon, restwarmte, warmte uit de lucht, water of ondergrond en duurzame gassen. We hebben al deze bronnen nodig om het aardgas dat we nu gebruiken in de gebouwde omgeving te vervangen. We doen steeds meer elektrisch, zowel gebruik als opwek. Denk aan elektrische auto’s, zonnepanelen en warmtepompen. Dat is goed nieuws, maar betekent ook een zwaardere belasting voor het elektriciteitsnet, dat nu op veel plekken in Nederland overbelast raakt. Al deze veranderingen vragen om goede afstemming tussen provincies en netbeheerders omdat het veel investeringen, tijd en een zorgvuldige planning vraagt. We moeten elektriciteitsnetten verzwaren, beter benutten en slimmer gebruiken. De planning voor dat verzwaren is mede afhankelijk van de plannen die gemeenten hebben voor de verduurzaming van hun wijken, dorpen en bedrijventerreinen. Hoe concreter die plannen zijn, hoe beter netbeheerders in afstemming kunnen bepalen welke netten zij het eerst moeten verzwaren. 

Gemeenten als regisseur in de lokale warmtetransitie

Gemeenten hebben, zoals afgesproken in het Klimaatakkoord, de regierol in de lokale warmtetransitie. Zij kennen de lokale situatie en zien waar mogelijkheden zijn om het vervangen van aardgas te combineren met bijvoorbeeld het vervangen van het riool of grootschalige wijk- of dorpsverbetering.

Bovendien hebben gemeenten nauw contact met de lokale spelers en hebben zij het beste zicht op initiatieven en de wensen en zorgen van gebouweigenaren en gebruikers. Gemeenten geven zorgvuldig invulling aan deze regierol en moeten daarop zijn toegerust. Hiervoor hebben zij de juiste bevoegdheden en uitvoeringscapaciteit nodig, evenals de middelen om de maatregelen haalbaar, betaalbaar en rechtvaardig te laten zijn voor de samenleving.

Uitvoeringscapaciteit

Er zijn sinds 2023 en tot tenminste 2030 middelen beschikbaar om de uitvoeringscapaciteit bij de gemeenten structureel te versterken via de CDOKE-regeling. Deze middelen zijn beschikbaar voor de taken die voortkomen uit het Klimaatakkoord. Gemeenten worden daarnaast landelijk ondersteund door het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW). Zo is er extra geld beschikbaar om op regionaal niveau en ook met provincies samen te werken en zo kennis en capaciteit te bundelen.

Bevoegdheden

De bevoegdheden om de regierol van gemeenten zorgvuldig in te vullen, worden versterkt. Het Wetsvoorstel gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) is aangeboden aan de Tweede Kamer. De geplande inwerkingtreding is januari 2025. Via deze wet kunnen gemeenten, na een zorgvuldige procedure, gebieden aanwijzen, waarin op een door hen uitgestippeld tijdspad het gasnet vervangen wordt door een duurzaam alternatief. Gemeenten krijgen met het wetsvoorstel collectieve warmte (Wcw) de regie in de ontwikkeling van warmtenetten. In de Wcw is opgenomen dat warmtebedrijven voor de levering van warmte een publiek meerderheidsbelang krijgen of in handen komen van een warmtegemeenschap. De prijs van warmte is door deze wet niet langer gekoppeld aan de gasprijs en de warmtebronnen voor een warmtenet moeten duurzaam zijn. De geplande inwerkingtreding is ook hier 1 januari 2025.

Haalbaar en betaalbaar alternatief

Deze warmtetransitie slaagt alleen als iedereen mee kan doen. Om de nieuwe bevoegdheden in te kunnen zetten, moeten gemeenten aan bewoners en eigenaren een haalbaar en betaalbaar aanbod doen. Inmiddels is een breed aanbod aan subsidies en financieringsinstrumenten voor bewoners en gebouweigenaren ontwikkeld waarmee het Rijk verwacht dat iedereen in staat wordt gesteld om zijn gebouw te verduurzamen. Zo zijn er verschillende subsidies beschikbaar voor woningeigenaren, vve’s, warmtebedrijven en woningcorporaties en kunnen woningeigenaren voor financiering terecht bij het Warmtefonds. Woningeigenaren met een inkomen tot € 60.000,- kunnen hier een renteloze lening afsluiten.

Hoe gaan we onze wijken en dorpen verwarmen?

Gemeenten maken plannen voor een gebied in afstemming met inwoners, of soms op initiatief van bewoners. Gemeenten gaan als regisseur, gebied voor gebied, duidelijkheid bieden aan bewoners en gebouweigenaren over het alternatief voor aardgas en het bijbehorende tijdspad.

De gemeenteraad stelt het omgevingsplan vast en kan kaders stellen voorafgaand aan het warmteprogramma en uitvoeringsplan. Die plannen worden ook afgestemd op de kenmerken van een gebied.

Is er relatief dichte bebouwing en een duurzame warmtebron? Dan is een warmtenet vaak de meest logische optie om te onderzoeken. Daarbij is een warmtenet in vrijwel alle gevallen een minder zware belasting voor het elektriciteitsnet dan een elektrisch alternatief.

Is er minder bebouwing? Gemeenten kunnen dan ook kijken naar bijvoorbeeld de mogelijkheden van kleinschalige innovatieve lage temperatuur warmtenetten.

Zijn warmtenetten geen optie, dan zijn bij goed te isoleren gebouwen (vaak gebouwen gebouwd vanaf 1992) volledig elektrische warmtepompen het beste alternatief.

Zijn zowel warmtenetten als volledig elektrische warmtepompen voor de komende 10 jaar nog geen optie, dan is isoleren in combinatie met een hybride warmtepomp een tussentijdse oplossing. In specifieke gebieden kan een hybride warmtepomp in combinatie met isolatie en duurzame gassen de enig mogelijke eindoplossing zijn. Maar de beschikbaarheid van groen gas is naar verwachting ook richting 2050 zeer beperkt voor de gebouwde omgeving. Ditzelfde geldt voor waterstof. Wachten op groen gas of waterstof als oplossing is daarom geen optie.

Concrete plannen en goede communicatie nodig voor alle betrokkenen

Om invulling te geven aan de regierol heeft iedere gemeente een transitievisie warmte vastgesteld. Hierin staat voor de periode tot en met 2030 op hoofdlijnen uitgewerkt welke wijken en kernen op welke wijze van duurzame warmte worden voorzien.

Niet overal is deze visie al duidelijk uitgewerkt en gecommuniceerd. Voor de komende periode is het belangrijk om duidelijkheid te bieden over de gebieden waar:

a) komende 10 jaar naar verwachting wordt gestart met de aanleg van een warmtenet;

b) een andere collectieve aanpak wordt voorzien (bijvoorbeeld gezamenlijke isolatie);

c) all-electric warmtepompen technisch gezien de best mogelijke optie zijn;

d) het nog niet duidelijk is wat er komende 10 jaar de best mogelijke optie is. Bij deze laatste optie is isolatie en installatie van een hybride warmtepomp een goede (tussen)oplossing. Heldere communicatie creëert vertrouwen en voorkomt onnodige kosten. Bijvoorbeeld doordat bewoners investeren in een warmtepomp op een plek waar de komende 10 jaar een warmtenet komt, of dat het lokale gasnet in stand gehouden moet worden voor een handvol gebouwen, of dat een wijkgebonden overstap naar een volledig elektrische warmtepomp niet lukt omdat er op het elektriciteitsnet geen ruimte blijkt te zijn om aan te sluiten.

De transitie is volop gaande, duidelijkheid geven is essentieel

We zijn onderweg, maar om in beweging te blijven, is nog meer duidelijkheid en handelingsperspectief nodig – ook vanuit het Rijk.

Deze noodzakelijke transitie kan alleen slagen als alle betrokkenen – overheden, corporaties, netbeheerders, energiebedrijven, bouwers en installateurs, maatschappelijke instellingen, bewonerscollectieven en natuurlijk de huishoudens en bedrijven zelf – ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid bijdragen aan dit gedeelde doel. Dat betekent dat bewoners en gebouweigenaren ook moeten begrijpen wat de transitie inhoudt en hier achter staan. Iedereen heeft een stukje van de puzzel in handen. Samen maken we dit tot een succes!

Meer informatie

Cookie-instellingen