Wil je verwarmen zonder aardgas, dan is isoleren vaak noodzakelijk. Als je een gebouw isoleert, is er minder warmte nodig om het op de juiste temperatuur te krijgen. Isoleren is nodig om met nieuwe technieken een gebouw comfortabel warm te krijgen en om duurzame warmtebronnen zo efficiënt mogelijk in te zetten. Ook huishoudens die te maken hebben met energiearmoede moeten mee in de warmtetransitie. Dat vraagt van gemeenten om een gerichte aanpak om juist deze groep te bereiken en mee te krijgen.
Wie controleert naleving van het soortenmanagementplan?
De gemeente is vaak de vergunninghouder van het soortenmanagementplan (SMP). Daarmee is de gemeente er ook verantwoordelijk voor dat gebruikers van het SMP zich aan de voorschriften houden. Gebruikers van een SMP zijn vaak isolatiebedrijven, sloop- en bouwbedrijven. Ook particulieren, woningbouwverenigingen, bedrijven en gemeentelijk vastgoed kunnen werkzaamheden uitvoeren onder een SMP.
Wie bepaalt aan welke eisen een soortenmanagementplan moet voldoen en welke diersoorten het beschermt?
De provincie stelt de eisen aan een soortenmanagementplan (SMP). Zo zorgt de provincie ervoor dat het SMP voldoet aan de wettelijk gestelde vereisten voor soortenbescherming. Welke diersoorten zijn opgenomen in een SMP, hangt af van het gebied waarvoor het SMP geldt. In elke provincie geldt dezelfde eis om een soort op te nemen in een SMP. Er moet voldoende onderzoek gedaan zijn naar de mogelijk effecten van werkzaamheden in de bebouwing.
Hebben gemeenten invloed op de betaalbaarheid en eindgebruikerskosten van een warmteoplossing?
Gemeenten hebben beperkt invloed op de kosten voor een specifieke warmteoplossing en isolatiemaatregelen. Dat komt door factoren als de ontwikkeling van energieprijzen, materiaal- en installatieprijzen, rentepercentages, nationale subsidies en de hoogte van het vastrecht. Gemeenten kunnen hier wel in sturen met eigen subsidies zoals die vanuit de Specifieke Uitkering Lokale Aanpak Isolatie. Richt de gemeente een eigen warmtebedrijf op, dan is de invloed op de eindgebruikerskosten ook groter.
Hoe stel je vast dat een woning 2 slecht-geïsoleerde bouwdelen heeft?
Eigenaren van een slecht geïsoleerde woning kunnen aanspraak maken op de middelen uit de Specifieke Uitkering Lokale Aanpak Isolatie (SpUk LAI). Een slecht geïsoleerde woning is een woning met energielabel D, E, F of G, of met 2 slecht geïsoleerde bouwdelen. De gemeente is er verantwoordelijk voor om een werkwijze vast te stellen om te bepalen of een woning 2 slecht geïsoleerde bouwdelen heeft. Dit kan op verschillende manieren.
Er zijn geen resultaten die overeenkomen met de geselecteerde filters. Selecteer andere filters of verwijder alle filters om alle resultaten te tonen.
Relevante praktijkvoorbeelden
“Als mijn buur het kan, kan ik het ook” - Hoe Breda met Energieke Buren bewoners in beweging krijgt
In de Bredase wijk Doornbos-Linie helpen bewoners elkaar om hun woning te isoleren. Dit zijn bewoners die zelf al stappen hebben gezet en een Bredase verduurzamingssubsidie hebben aangevraagd. Zij delen hun ervaringen met buurtgenoten en beantwoorden vragen. Dit zijn de Energieke Buren: mensen die energiebesparing begrijpelijk maken en buurtgenoten helpen om de eerste stap te zetten. We vroegen Anke Baijens (procescoördinator Energieke Wijken bij gemeente Breda) naar haar ervaringen.
“Als je het dorp ingaat, dan gebeurt er iets” - zo bereikt Hollands Kroon energiearme huishoudens
Gemeente Hollands Kroon werkt al jaren aan een praktische isolatieaanpak voor inwoners. Met name de manier waarop het energieteam de dorpen intrekt, blijkt zeer effectief. Samen met Ferdinand Pronk (aanjager energiebesparing bij gemeente Hollands Kroon) kijken we hoe het Hollands Kroon lukt om juist de moeilijkste doelgroep te bereiken. Welke gedragstechnieken zetten ze in en waarom werken ze?
Isolatie- of aardgasvrijbordjes in de tuin: doen of niet?
Je ziet ze steeds vaker: bordjes in de voortuin met 'Mijn huis is geïsoleerd' of 'Ik ga voor aardgasvrij'. De bedoeling is helder: laten zien dat er verduurzaamd wordt in de wijk. Zetten de bordjes bewoners ook écht in beweging? En zo ja: waarom soms wel, maar vaak niet vanzelf? Marleen Wolters (gemeente Cranendonck) en Anneroos Troost (gemeente Renkum) vertellen wat de tuinbordjes opleveren.