Brecht van Hulten: In het Klimaatakkoord is afgesproken dat we in 2050 7,5 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af hebben. Dat gaat stap voor stap, wijk voor wijk. En dat is een forse opgave. Iedereen krijgt ermee te maken. Gemeenten hebben een centrale rol in het bepalen van de juiste aanpak per gebied. Maar ook van bedrijven en burgers wordt verwacht dat ze op een andere, slimmere manier omgaan met energie en alles wat daarmee samenhangt. Wat verandert er allemaal en wat moeten we samen doen om dit proces soepel te laten verlopen? Daar gaat deze podcastserie over. In deze aflevering aandacht voor natuurvriendelijk isoleren. Welkom! Wat leuk dat je luistert naar aflevering 9 van Expeditie Energie. Mijn naam is Brecht van Hulten en in deze aflevering hebben we het over isoleren op een natuurvriendelijke manier. Want sinds een uitspraak van de Raad van State vorig jaar is het isoleren van een gebouw iets complexer geworden. We moeten namelijk rekening houden met de natuur. Dus voordat je een gevel, spouwmuur of buiten dak kunt isoleren, moet je eerst uitsluiten dat daar vogels of vleermuizen zitten. En dat vraagt nogal wat van huiseigenaren en gemeenten. We horen Pamela van den Berg van de gemeente Deventer, die als een van de eersten in Nederland het zogenoemde soortenmanagementplan rond hadden. Pamela van den Berg: Dit is voor ons gewoon heel veel pionierswerk geweest en ik ben heel blij dat we het gedaan hebben. Want wat ik nu van collegagemeentes hoor is dat er vooral bijna geen ecologenbureaus meer te vinden zijn die al die onderzoeken kunnen doen. Je moet heel veel onderzoek doen, hè, dus je moet eigenlijk je hele stad in kaart brengen, zeg maar op vleermuizen, zwaluwen en huismussen. Uh, en dat is dat is gewoon, heel veel uh mensuren gaan daar in zitten. Dus er moeten heel vaak 's avonds mensen met zo'n detector rondlopen en dat kan alleen maar in bepaalde periodes. Dat is een hele grote vraag. Ecologenbureaus kunnen de vraag niet aan. Wij hebben heel veel gepionierd. Ik ben heel blij dat we hem hebben. Maar ik weet ook dat andere gemeentes, die hebben echt nog wel een klus te klaren en leg je er ook gewoon bij neer dat het veel werk is en dat het best wel duur is. En daar moeten we ook met elkaar het gesprek over voeren richting het Rijk en richting de provincie. Dus ja, het is gewoon, er hangt gewoon echt een prijskaartje aan. Brecht van Hulten: Precies. En dat gesprek daarover voeren, dat gaan we hier doen, het komende half uur. Met Olaf van der Gaag, voorzitter van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie en Annemarie Küppers, afdelingshoofd bij het ministerie van Binnenlandse Zaken met energietransitie in de portefeuille. Allebei welkom. Fijn dat jullie er zijn. Dank je wel. Ja Annemarie, allereerst even over welke dieren hebben we het nou en waarom is het zo belangrijk dat we die beschermen? Olof van der Gaag : Nou, we hebben het hier over de beschermde diersoorten die in woningen en gebouwen verblijven. En in Nederland zijn dat de vleermuis, de huismus en de gierzwaluw. Maar waarom is zo belangrijk dat we deze diersoorten beschermen? Ze zijn eigenlijk vooral heel erg belangrijk voor het in stand houden van insectenpopulaties. Ik wist dat helemaal niet, maar vleermuizen schijnen per nacht wel duizenden muggen en andere insectensoorten te eten. Nou ja, dan moet je ook niet aan denken dat dat niet zou gebeuren. Om deze reden is er vanuit de Europese Unie wet- en regelgeving opgesteld: de Vogel en Habitatrichtlijn. En die stelt dat we deze vleermuizen, huismussen, gierzwaluwen niet mogen verstoren en al helemaal niet mogen doden en ook hun verblijfplaatsen niet mogen vernielen. Brecht van Hulten: Goed, die moeten we dus beschermen. Nu hebben we tegelijkertijd een nieuw kabinet. Nou, niet zo heel nieuw meer, maar met een hoofdlijnenakkoord wordt er daarin gerept over die vleermuis? Olof van der Gaag : Nou, ik heb 'gecontrol-eft', ik heb geen vleermuis gevonden. Maar waar er wel over wordt gerept is de klimaatopgave. Eigenlijk neemt dit kabinet dezelfde doelstelling voor klimaat over van het vorige kabinet. Dus in 2030 55% reductie van CO2-uitstoot. En daarnaast staan er ook allemaal maatregelen over de instandhouding van belangrijke natuur. Dus dat is eigenlijk precies waar we het hierbij over hebben. Als je die huizen en gebouwen gaat isoleren. Dat doe je vanuit de klimaatopgave, maar tegelijkertijd zitten die vleermuizen erin en die willen we ook beschermen. Brecht van Hulten: Ja, en dan kom je dus voor het probleem. Heel veel mensen willen isoleren. Dat is ook echt de bedoeling, dat we dat met z'n allen gaan doen. Maar ja, door die vleermuizen wordt het lastig. Ja Olaf, als we ons aardgasverbruik dus inderdaad willen verminderen, moeten we isoleren. Daar is dit nu eigenlijk een kleine kink, nou een kleine, een grote kink in de kabel voor de isolatiebranche. Ik kan me voorstellen dat jullie toch niet heel blij waren met die uitspraak van de Raad van State. Annemarie Küppers: Nee klopt, dat was eerlijk gezegd een grote klap voor de sector. We zijn grote fans van energiebesparing, want alle energie die je niet gebruikt, die hoef je ook niet op te wekken. Die hoef je niet te betalen. Dus het beschermt de energierekening van mensen. Je hoeft het ook niet te transporteren, dus het veroorzaakt ook geen netcongestie en andere lastige dingen die we ook moeten oplossen. Dus die energiebesparing heeft eigenlijk heel veel voordelen. En die is eigenlijk ook een voorwaarde om goed met een warmtepomp of bijvoorbeeld met een lagetemperatuurwarmtenet mensen van warmte te voorzien. Dus eigenlijk is die woningisolatie een cruciale schakel in het geheel. Steeds meer mensen zijn ook hun huis gaan isoleren. De laatste jaren zijn ook in sommige gevallen vrij simpele ingrepen. Een spouwmuur van een tussenwoning kun je voor je voor een goede € 1.000 al laten isoleren. Dus eigenlijk een hele laagdrempelige stap voor mensen om hun energierekening omlaag te krijgen. De sector was gewend om met een met een soort cameraatje in de muur te kijken of er vleermuizen of resten van vleermuizen waren en te controleren of er vleermuizenpoep in de vensterbank of op de stoep lag. Dus er werd wel degelijk onderzoek gedaan, maar dat vond de Raad van State niet goed genoeg en sindsdien staat een flink deel van de isolatiebusjes wel stil in Nederland. Als je op een werkdag overdag bij een isolatiebedrijf op bezoek komt, dan zie je gewoon de isolatiebusjes op het parkeerterrein staan, terwijl die overdag natuurlijk gewoon bij de klant horen te staan om huizen te isoleren. Brecht van Hulten: En hoe ernstig is dat? Is er al sprake van faillissementen? Of hoe groot is zijn de zorgen in de isolatiebranche? Annemarie Küppers: Ja, wij zien een een vermindering van zo'n 70%, dus dat is echt Ja, het is ruimschoots gehalveerd. De vraag naar spouwmuurisolatie en andere vormen van isolatie is ook teruggelopen, maar iets minder hard. Dus vooral die spouwmuurisolatie is heel hard omlaag gegaan. Op het moment dat die Raad van State uitspraak kwam hadden de isolatie bedrijven nog hele grote wachtlijsten eigenlijk. Dus in eerste instantie kon er nog door worden gewerkt omdat er nog wachtlijsten waren. Vervolgens hadden ze ook nog wel wat reserves, maar op dit moment zie ik echt de reorganisatieberichten langskomen uit de sector. En dat is heel wrang, want tijdens de energiecrisis, toen iedereen zijn huis wilde isoleren, was ons grootste hoofdpijndossier eigenlijk de vraag hoe komen we aan voldoende mensen om al die huizen te kunnen isoleren? Want die hadden we niet en nu vrezen we dat die mensen de sector uitstromen. Brecht van Hulten: Ja, zo snel kan het dus veranderen. Wij moeten dus op zoek in dit gesprek naar lichtpuntjes. Wat kan wel? Laten we even kijken. Want je zei het al: het is maar een deel van datgene wat je in je huis kunt isoleren. Zijn er dingen die je toch nu al kunt doen zonder dat hele vleermuizenprobleem waarmee je wel meteen aan de slag kunt? Olof van der Gaag : Jazeker, want niet bij iedere maatregel, isolatiemaatregel, die je in je huis neemt, heb je hiermee te maken. Die vleermuisjes, die zitten bijvoorbeeld vooral in de spouwmuur of in de gevel en aan de buitenkant van het dak. Maar ja, je kunt natuurlijk ook je vloer isoleren. Je kunt de binnenkant van je dak isoleren of je deuren of ramen vervangen en dan heb je er eigenlijk helemaal niet mee te maken. Brecht van Hulten: Oké, dus je kunt al wel van alles doen, vanaf morgen, en dat is het voor de branche dus niet. Zoveel zoden aan de dijk dat er toch nog van alles overblijft om te doen. Of haken mensen sowieso een beetje af? Annemarie Küppers: Ja, dat is misschien voor mensen buiten de sector soms wat moeilijker in te voelen, maar het is gewoon een ander vak. Dus de mensen die de spouwmuur vullen, dat zijn andere mensen dan de glaszetters die triple glas kunnen installeren, dus dat dat niet helpt. En wat ook vaak zo is, is dat consumenten, die schrikken gewoon als er negatieve beeldvorming is, dan haken mensen af. Bij twijfel niet oversteken dus. Het is al best veel moeite om mensen te motiveren om hun huis te isoleren. En als ze dan een keer in de krant iets lezen of op tv horen van er is gedoe met isolatie, dan maken zij niet het onderscheid tussen al die verschillende vormen waar experts natuurlijk volkomen gelijk in hebben dat er allerlei dingen wél kunnen, dus voor de korte termijn helpt dat niet, inderdaad. Brecht van Hulten: De isolatiebranche niet, maar goed om te onderstrepen voor mensen die iets willen je kan nog van alles doen vanaf morgen. Ja, dan heb je natuurlijk de hele lange termijn, hè, waar we ook de gemeente Deventer over hoorden, dat soortenmanagementplan. Maar daar zit nog een een stuk tussen wat je niet meteen morgen kan doen, maar ook niet op de lange termijn. Wat kun je in de tussentijd doen? Annemarie Küppers: Nou, als je dus wel die gevel wil isoleren of die buitenkant van het dak, dan kan je gelukkig ook verder. Dat hebben we geregeld in de Landelijke aanpak natuurvriendelijk isoleren. En dat komt er voor een huiseigenaar op neer dat als zij willen isoleren, dus de gevel of de buitenkant van het dak, dat ze een bedrijf inhuren dat het keurmerk Natuurvriendelijk isoleren heeft. Deze informatie kan je vinden op de website www.natuurvriendelijkisoleren.nl. Waarom hebben we dit geregeld in Nederland? Er zijn twee uitspraken geweest van de Raad van State in het jaar 2021 en in het jaar 2023. En die uitspraken, die stelden eigenlijk dat hoe we dat tot dusver hadden geregeld en hoe de isolatie bedrijven werkten, dat dat niet goed genoeg was. Nou, vooral die in 2023, dat was, had heel veel effect. Heel veel huiseigenaren wisten niet meer doe ik dit nog op de goede manier en isolatiebedrijven zagen echt de omzet kelderen. Toen zijn we eigenlijk met de hele wereld die hiermee te maken heeft om tafel gegaan en kwamen we er ook achter dat ze in de provincie Utrecht een hele goede aanpak hadden gevonden die zowel rekening hield met de natuur en de bescherming van de natuur, maar waarbij er dus ook geïsoleerd kan worden. Die aanpak die behelst dat je uiteindelijk toewerkt naar die soortenmanagementplannen waar die gemeente Deventer het ook over heeft. Maar dat je in de tussentijd, als je het op een natuurvriendelijke manier doet, wél al door kunt gaan met isoleren. En dat komt er eigenlijk op neer dat dat je dus zo'n bedrijf moet inhuren. Wat doen zij? Zij werken met exclusion flaps, die plaatsen zij op de gevel. Dat zijn een soort éénrichting-deurtjes waarbij vleermuizen wel naar buiten kunnen vliegen. Maar als ze terugkomen kunnen ze niet weer naar binnen gaan. En na vijf dagen hebben al die beestjes buiten de winterslaap en de kraamperiode zijn ze naar buiten gevlogen en dan is zo'n gevel helemaal vrij van vleermuizen. Dus dan kan je isoleren. Brecht van Hulten: Dan kan je gewoon aan het werk. Maar je noemt al even de kraamperiode en de - wat nog meer - de winterslaap. Olof van der Gaag : Daar hebben we wel rekening mee te houden in deze methode. As jij niet van tevoren die flapjes hebt opgehangen die éénrichting-deurtjes, dan mag je tijdens de winterslaap, dat is van november tot maart, mag je niet isoleren. En van april tot augustus. Dus dat zijn best veel maanden. Maar als je wel die maatregelen hebben genomen, dus die flapjes hebt opgehangen, mag je wel weer isoleren. Brecht van Hulten: Ja. Je kunt dus op de korte termijn wat doen. In de tussentijd kan je wel, maar dan moet je met zo'n natuurvriendelijk bedrijf en uh, nou, wel wat extra dingen ondernemen en dat zal ook wel wat extra kosten, neem ik aan. En ja, jij zegt: 70% klandizie afgenomen, maar ze kunnen dus met een nieuwe manier, een keurmerk, wel aan de slag. Is dat lastig, die omschakeling voor isolatiebedrijven? Olof van der Gaag : Ja, het is in de eerste plaats absoluut een bijdrage aan de oplossing. Dus dit is een manier om te zorgen dat je toch nog huizen kunt isoleren. Je hoort ook aan het goede verhaal van Annemarie wel, het is extra werk en extra kosten, dus het wordt er hoe dan ook lastiger van. En het vergt ook inderdaad een hele goede planning waar je ook van je klanten afhankelijk bent. Want je moet dan precies op het goede moment mensen motiveren om die, zeg maar die die vleermuisluikjes in de muur te laten installeren. En als het je niet is gelukt in die korte tijdsperiode dat dat mag, ja, dan kun je dus een heel seizoen weer niet isoleren. Olof van der Gaag : Dus het het helpt... Olof van der Gaag : Het helpt zeker, maar het is absoluut nog niet genoeg. Dus ook met deze maatregel erbij, die we dus vooral moeten nemen, want het is beter dan niks. Maar dan nog denken wij dat het isolatietempo enorm omlaag gaat en dat de kosten omhoog gaan. Brecht van Hulten: Ja, zijn er genoeg bedrijven die zich omschakelen, hè die zo'n keurmerk zich klaarmaken voor zo'n keurmerk? Annemarie Küppers: Ja, veel bedrijven die willen daar graag in investeren en die zien ook dat dit gewoon op de korte termijn noodzakelijk is om vooruit te kunnen. En al die bedrijven, die willen natuurlijk niets liever dan gewoon weer aan het werk. Brecht van Hulsen: 'Dus daar investeren ze in'. Maar het is wel extra werk, extra kosten. Brecht van Hulten: En je moet de mensen meekrijgen in precies de goede periode. Maar er is nog iets anders in de maak, heb ik me laten vertellen. En dat schijnt wel iets heel goeds te zijn. Een nieuwe methode om die beestjes te detecteren. eDNA, wat is dat precies? Annemarie Küppers: Ja, dat is eDNA is superinteressant. Dat is Environmental DNA wat gewoon in het Nederlands omgevings-DNA is. Wat doet deze methode? Je zegt het al, het is de methode om te detecteren of die vleermuizen, huismussen, gierzwaluwen er zitten of niet zitten en of ze er hebben gezeten of niet hebben gezeten. Brecht van Hulten: En hoe werkt dat? Olof van der Gaag : Nou met deze methode? Het lijkt eigenlijk een beetje op een coronatestje, maar met een sponsje neem je, uh, ga je langs het gat in de gevel waar die beestjes naar binnen vliegen en aan de hand van speeksel, zweet of keutels kan dan heel nauwkeurig bepaald worden of die beestjes daar hebben gezeten ja of de nee. Nou en we hebben nu allemaal uh validatietrajecten lopen. Ze zijn echt in de afrondende fase. We hebben de conceptrapporten al binnen en het blijkt echt dat dit een heel nauwkeurige methode is. Dat is echt supergoed nieuws, want we kunnen dus gewoon uitsluiten of ze er zitten. En als ze er niet zitten, dan kan je gewoon isoleren zonder al die extra maatregelen, dus dan kan het veel sneller en goedkoper. Brecht van Hulten: Ja, maar gaat dat door die methode? Wordt die goedgekeurd? Olof van der Gaag : Nou, we hadden de validatie van deze methode nodig. Dat is nu ongeveer klaar. We zitten echt in de laatste fase en in de rapporten die we hebben ontvangen, die laten zien dat het echt een heel betrouwbare methode is. Zo betrouwbaar dat onze minister Mona Keijzer samen met de staatssecretaris van het ministerie van Landbouw en natuur, Jean Rummenie, in goed overleg met de provincies en gemeenten hebben afgesproken dat wij deze methode als erkende maatregel in een ministeriële regeling wil opnemen. Voor in ieder geval begin december beginnen we, starten we met de consultatie. Dat duurt altijd wel twee maanden. Dan moeten we nog wel van alles en nog wat verwerken. Nou, als alles meezit kunnen we per maart in Nederland met deze methode werken. Brecht van Hulten: Maar dat is dus heel goed nieuws. Annemarie Küppers: Dat is heel goed nieuws. Brecht van Hulten: Dan kunnen we vaart maken met de isolatie. Annemarie Küppers: Ja, dan gaat het wel sneller. En dat is natuurlijk. Vooral die vaart heb je vooral als ze er niet zitten, want als blijkt dat ze er wel zitten, dan heb je die hele andere aanpak nodig. Van die flapjes en éénrichtings-deurtjes, die natuurkalender en uiteindelijk toewerken naar al die landelijke soortenmanagementplannen. Brecht van Hulten: Oké, dat klinkt heel positief. De isolatiebranche is hiervan ook op de hoogte natuurlijk. Die volgt dit op de voet. Die zijn er blij mee neem ik aan. Annemarie Küppers: Nee, wij zijn hier heel enthousiast over en de isolatiesector heeft ook zelf dit onderzoek heel erg gestimuleerd. Isolatiebedrijven zijn zelf ook tests met die nieuwe opsporingsmethoden aan het doen. Het is inderdaad een soort coronatest voor je spouwmuur. Die coronatest, die kon op een gegeven moment elke Nederlander toepassen. Die lag voor een paar euro bij de supermarkt. Dit is nog niet een paar euro, maar wel echt heel veel goedkoper dan alle andere alternatieven En het biedt ook hele snelle en betrouwbare resultaten. En ja, je had er ongelooflijk veel informatie uit. Ik hoor soms ook dat ze zagen dat er een of ander salamander je rond kroop of een vogeltje zat. Dus het geeft gewoon heel veel informatie op een hele simpele manier. Ook wat wij zien. Er zijn nu al honderden testen mee gedaan, ook door die bedrijven zelf. Ja, wij vinden het ook heel veelbelovend. Brecht van Hulten: Dus dat biedt perspectief om snel te achterhalen of ze er zitten of niet. Maar er zullen natuurlijk toch dan, ook al hebben we die methode nog steeds problemen zijn op grote schaal, want in bepaalde wijken zullen ze wel zitten en dan kan je alsnog niet isoleren op korte termijn dus. Dus mijn vraag is eigenlijk hoe verhoudt deze nieuwe ontwikkeling van het DNA zich tot die soortenmanagementplannen? Die moeten natuurlijk nog steeds er komen voor de gebieden waar veel vleermuizen zitten. Olof van der Gaag : Nou, dat is precies. Het is gewoon een mooie toevoeging op die hele aanpak die we al hadden. Maar in heel veel huizen en gebouwen zitten die beesten, dat zie je ook. Dat zie ik ook als ik in mijn achtertuin zit, dan zie ik ook vleermuisjes bij mij naar binnen, naar buiten gaan. Dus die soortenmanagementplannen zijn uiteindelijk overal nodig, maar voor die gebouwen en die straten waar ze niet zitten, kunnen we gewoon sneller aan de slag. Brecht van Hulten: Gaan we zo nog even verder op door op die soortenmanagementplannen? Maar Olaf, hebben jullie het idee dat er dan echt weer vaart gemaakt kan worden? Dat dat een hoop goed zal maken van wat we verloren hebben afgelopen jaar? Annemarie Küppers: Ja, het scheelt enorm. Ik denk dat het tempo bijna kan verdubbelen dan. Maar ik denk dat we dan nog steeds niet op het oude tempo zitten. Dus we hebben door WA adviseurs een onderzoek laten doen naar de vraag van wat betekent dit nou voor het isolatietempo? De cijfers zijn als volgt. De verwachtingen voor die uitspraak van de Raad van State was dat er zo'n 550.000 woningen geïsoleerd zouden worden. De verwachting is dat met de huidige manier van werken, dus zonder die Edna methode, we ongeveer op 200.000 zouden komen. Dus dat is ook ongeveer die 70%. En zij zeggen als die eDNA-methode nou toegepast kan worden, dan groeit het weer naar bijna 350 nul. Brecht van Hulten: Er is nog niet het dus het aanvankelijke. Annemarie Küppers: Het is veel beter dan als we het niet doen, maar we zijn er dan nog niet, dus we moeten volgens mij het vooral doen. Dat is heel vaak in de energietransitie dat het antwoord is we moeten en dat doen en dat en dat. En dan moeten we nog iets verzinnen, want dan zijn we er nog niet. Dus dat is ook hier denk ik aan de orde. We moeten daarnaast ook iets anders nog doen om te zorgen dat we die oude doelstellingen kunnen halen. En wat wij heel graag zouden zien is dat we de armste wijken van Nederland heel gericht aan een lagere energierekening helpen. En dat kan onder andere door die huizen te isoleren en over te schakelen op een warmtepomp of andere mooie duurzame warmtebronnen. Dus dat is eigenlijk wat wij hopen dat er bovenop alle maatregelen die het kabinet al neemt, nog een extra maatregel komt om de mensen met energiearmoede niet te helpen door ze een toeslag op hun energierekening te geven, maar door ze aan een structurele oplossing te helpen, namelijk een goed geïsoleerde woning. En dan denken we dat we het gat kunnen dichten, dat jullie het gaan. Brecht van Hulten: Halen en dat we heel. Annemarie Küppers: Veel mensen blij kunnen maken en van de stress af kunnen helpen door. Brecht van Hulten: Lagere energierekening. Annemarie Küppers: Energierekening? Brecht van Hulten: Ja, maar toch even dat soort management plan worden, dus Deventer is daar heel goed mee bezig. Utrecht noemde jij al, maar er zijn toch veel gemeenten die hier ook tegen aanhikken, die het moeilijk vinden. Duur? Weinig ecologen heb ik gehoord. Ja, hoe herken jij dat beeld? Hoor jij dat ook? Olof van der Gaag : Ja, helaas herkennen we dat wel. Niet alleen op dit dossier. Maar er zijn veel meer andere dossiers waar ecologen voor nodig zijn. En er is echt een ecologen tekort. Onze collega's van het ministerie van Landbouw Natuur, die werken daar wel heel hard aan. Maar er worden bijvoorbeeld Komt een nieuwe opleiding voor volgend jaar, ook specifiek voor deze diersoorten, waarbij de 400 extra ecologen opgeleid worden dus. Maar die zijn er niet zomaar. Dus wat je hoort is dat gemeentes aanbestedingen uitzetten en er geen reacties komen. Ofwel dat er heel dure offertes ingediend worden. Brecht van Hulten: Wat toch een beetje klem als gemeente. Olof van der Gaag : Ze zitten klem en wat ik ook wel hoor is dat sommige gemeenten, vooral kleinere gemeenten, niet allemaal alle kennis en kunde in huis hebben om zo'n aanbesteding echt goed op te kunnen zetten. Brecht van Hulten: Dus heb jij daar tips voor voor deze gemeente? Als die nu luisteren, wat kunnen die nou doen om dit te versnellen? Nou, wat we hebben. Olof van der Gaag : Afgesproken met de provincie en de gemeente is dat de provincies hiervoor echt in eerste instantie de vraagbaak zijn. Bij alle provincies zijn echt experts die echt alles weten van deze beschermde diersoorten, maar ook hoe je tot een aanbesteding komt om tot zo'n soortenmanagementplan te komen en wat je daar allemaal voor moet regelen. En wat ze denk ik ook heel goed kunnen doen, is die gemeente in contact brengen met andere gemeenten die het wel hebben gedaan. Nou, als je daar dan nog niet uitkomt of dat hoor je helaas soms ook. Dat dat de samenwerking tussen gemeente en provincie niet helemaal soepel verloopt, is er ook nog het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie. Dat is eigenlijk voor alle gemeenten die in Nederland aan de slag gaan met de warmtetransitie, maar ook met de lokale aanpak van het Nationaal Isolatie Programma. Als zij vastlopen, Slopen, bijvoorbeeld met dit vraagstuk. Zijn er mensen die eigenlijk de basiskennis heel goed in huis hebben wat je kan doen en die ook heel goed kunnen doorglijden naar bijvoorbeeld ons als je vastloopt en dat soort signalen willen doorgeven. Dus begin bij je provincie en kijk of je gekoppeld kan worden aan andere gemeenten. En kom je daar dan nog niet verder, Ga dan naar het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie. Brecht van Hulten: Ja, het NPLW, waar deze podcast overigens ook te luisteren is. Dat is voor gemeenten. Wat hebben de bedrijven nodig? Olof van der Gaag : Vooral duidelijkheid en perspectief om snel weer aan de slag te kunnen. Nou ja, wat Annemarie net zegt, dat helpt volgens mij enorm. En wij zien ook dat tekort aan ecologen. Ook in onze sector hebben we daarmee te maken. Dus ik denk ook dat het standaardiseren van zo'n aanpak heel erg helpt. En je hoeft niet overal het wiel opnieuw uit te vinden. De situatie is natuurlijk in elke gemeente weer net anders, maar uiteindelijk zijn er ook heel veel overeenkomsten tussen gemeenten. Dus je kunt denk ik ook heel veel samen doen en op die manier kun je ook de bedrijven uit onze sector helpen om duidelijk te maken van in deze wijk kun je zorgeloos doorgaan. Isoleren kun je. Het helpt natuurlijk ook als de gemeente dat dan ook nog even tegen de bewoners zegt van wel. Vooral aan een isolatiebedrijf. Brecht van Hulten: Want daar is nu ruimte. Annemarie Küppers: Ja, nou ja, dat is een klein beetje wrang, maar in de energiecrisis tijd had je echt soms wachtlijsten van een half jaar, waren zelfs bedrijven met de klanten stop. Ik zou tegen iedereen nu zeggen bel vandaag nog een isolatiebedrijf of een installateur voor een warmtepomp, want op dit moment is er gewoon heel veel uitvoerings capaciteit beschikbaar in de sector. Dus er is eigenlijk geen beter moment dan nu om hier toch mee aan het werk te gaan. Brecht van Hulten: Kijk eens, ik hoor toch een heleboel lichtpuntjes in dit toch schijnbaar onoplosbare probleem. De eDNA die doorgaat, de eerste stappen die mensen al kunnen zetten. De ruimte bij de isolatie, bedrijven die allemaal natuurvriendelijk gaan isoleren nu en de gemeentes die al van nu van jou weten wat ze morgen kunnen doen om te beginnen aan dat soort een managementplan. Dank je wel voor jullie bijdrage, Annemarie Küppers en Olaf van der Gaag. En dit was aflevering 9 van Expeditie Energie over natuurvriendelijk isoleren. In de volgende en laatste aflevering van deze serie maken we de balans op met Jan van Beuningen en Teun Bokhoven, die ook in de eerste aflevering te gast waren. Hoe staat het er nu voor met de energie en warmtetransitie en wat moet er nog gebeuren? We kijken terug en blikken vooruit. En wil je ondertussen meer kennis en informatie over wat we gezamenlijk moeten doen om de doelen van het Klimaatakkoord te halen? Kijk dan op Nplw.nl. Alle afleveringen van Expeditie Energie vind je op Spotify of Apple Podcasts. Dank voor het luisteren en tot de volgende keer!