Is mijn gemeentelijke, interne organisatie klaar voor participatie?
Elke gemeente moet inwoners en andere stakeholders betrekken bij het warmteprogramma en de uitvoeringsplannen. Is je gemeentelijke, interne organisatie hier klaar voor? Wat heb je hier intern voor nodig en hoe krijg je je organisatie in beweging? Dat lees je hieronder.
Wat schrijft wetgeving voor?
Zorg dat inwoners hun mening kunnen uiten over het warmteprogramma. Hoe je dat doet, bepaal je zelf. Alleen informeren is onvoldoende. Dat schrijft de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie voor. Je moet een uitvoeringsplan tenminste delen met inwoners, als je hiermee het omgevingsplan wijzigt. Meer informatie: de wettelijke verplichtingen participatie.
Wat heb je intern nodig?
Bewoners betrekken wordt alleen een succes, als er in de organisatie bereidheid is om tijd en energie in participatie te steken. En je eerst intern goed overdenkt wat je met de uitkomsten van een participatieproces doet. De organisatiestructuur, de cultuur, de wil om te veranderen en het doel dat het bestuur wil bereiken, hebben invloed op de manier waarop je bewoners betrekt. Als de organisatie meer in beweging moet komen, richt je dan op onderstaande organisatiekenmerken.
1. Veranderbereidheid
Zijn collega’s bereid om te veranderen? Is je organisatie een ‘jonge hond’ of een ‘wijze grijze’? Is er veel of weinig ervaring met participatie? Op welke manier betrekt jouw organisatie bewoners? Mogen ze vaker co-creëren of meedenken en besluiten? Of kiezen collega’s meestal voor informeren?
2. Interne organisatie
Werkt je organisatie integraal of verkokerd? Durven collega’s, los van procedures, iets nieuws te beginnen? Is er een open, hulpvaardige cultuur, waarin je elkaar makkelijk bereikt? Werk je samen met collega’s van andere afdelingen?
3. Vertrouwen in gemeente
Hebben bewoners veel of weinig vertrouwen in de gemeente? Praten en besluiten bewoners mee? Voelen ze zich serieus genomen? Ben je als gemeente open over plannen, het proces en de mogelijkheden voor bewoners om te participeren? Weten burgers waarvoor ze bij de gemeente terechtkunnen en hebben ze een aanspreekpunt?
4. Kennis leefomgeving
Ken je de leefomgeving, de wijkinfrastructuur en de buurtinitiatieven in de gemeente? Ben je bekend met sleutelfiguren in de wijken, die met de warmtetransitie bezig zijn? Hoe makkelijk loop je her en der naar binnen en hoe welkom ben je dan?
5. Eigenaarschap
Is de gemeente eigenaar van de energietransitie? Of ligt het initiatief meer bij bewoners? Is de gemeente bereid om ruimte aan bewonersinitiatieven te geven?
6. Technische mogelijkheden
Wat zijn de technische mogelijkheden om de wijken aardgasvrij te maken? Is er nog vervolgonderzoek nodig? Is er 1 oplossing, of zijn er meerdere? Heeft de gemeente het warmtealternatief al bepaald, of is dat nog onbekend?
7. Capaciteit
Hoeveel mensen zijn er fulltime beschikbaar voor participatie? Zijn dat er genoeg? Weet je hoe je participatie organiseert en hoeveel werk dit met zich meebrengt? Is er voldoende kennis over het opzetten van een participatiestrategie en de bijbehorende methoden? Is participatie een vast onderdeel van het projectteam voor de wijkaanpak?
8. Geld
Hoeveel geld heeft de gemeente om bewoners te betrekken bij het warmteprogramma? En voor participatie bij de uitvoeringsplannen? Wie besluit over budgetten?
Ben je er klaar voor?
De scoreplaat Is mijn gemeentelijke, interne organisatie klaar voor participatie? helpt je te inventariseren in welke mate je interne organisatie klaar is voor participatie. Vul de scoreplaat in en ontdek je kansen en beperkingen. Vul daarna op een tweede scoreplaat in wat je wilt bereiken. Dan zie je direct wat je kunt doen om je organisatie in beweging te krijgen.

Toelichting bij deze afbeelding
1. Participatiebereidheid van weinig tot veel in 6 niveaus
2. Interne organisatie van werkt integraal tot verkokerd in 6 niveaus
3. Vertrouwen in gemeente van weinig tot veel in 6 niveaus
4. Kennisleefomgeving van groot tot klein in 6 niveaus
5. Eigenaarschap van bij gemeente tot bij bewoners in 6 niveaus
6. Technische mogelijkheden van open tot bepaald in 6 niveaus
7. Capaciteit van klein tot groot in 6 niveaus
8. Geld van ruim tot beperkt in 6 niveaus
Tips voor je aanpak
Betrek andere afdelingen en collega’s
Informeer ze vroegtijdig over de beperkingen. Bespreek welke ontwikkelingen in de organisatie gewenst zijn. En zoek samen naar oplossingen.
Begin klein en zoek positieve energie
Maak zichtbaar wat je zelf al kunt doen. Zoek naar positieve energie in je organisatie en maak het aantrekkelijk voor collega’s om aan te sluiten.
Wees transparant
Maak bekend hoe mensen mee kunnen doen en waar meer informatie te vinden is. Neem kritiek serieus en laat weten wat je ermee doet. En zorg voor goed contact met andere afdelingen en diensten.